HISTORIE KOEWACHT
In de werkgroep thematisering is de Koewachtse historie beknopt beschreven. De beschrijving van Drs. W.M. Verschraegen is als basis van de historische beschrijving overgenomen.
KOEWACHT: VLASSERSDORP
met zijn forten en markten
De eerste bewoners van Zeeuwsch-Vlaanderen vestigden zich op de hogere dekzandruggen. Ook in Koewacht treffen we de (oorspronkelijke) bebouwing in de gehuchten en de wegen nog steeds aan op deze hoge zandruggen.
In de tweede helft van de Middeleeuwen beijverden de kloosters zich met de inpoldering en ontginning van het huidige Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen. In 1230 vestigde zich nabij het huidige Nieuwe Molen een cisterciënzer nonnenabdij, Ter Haghen, waarvan de abdissen met de inzet van lekenbroeders de eerste inpolderingen verrichtten. Ook werd in de hele omgeving op grote schaal turf gestoken (uitmoeren) voor brandstof en zoutwinning. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1574) werd het klooster door de Watergeuzen verwoest. Op de locatie bevindt zich nog een oude boerderij.
Nadat de Staatse troepen onder leiding van Willem van Oranje en Prins Maurits zich in de Opstand tegen Spanje op het eiland van Axel (en Terneuzen) hadden gevestigd, werden om militaire redenen de dijken van de Schelde op verschillende plaatsen doorgestoken. Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen kwam grotendeels onder water te staan en ook zuid van Axel ontstond een grote geul doordat het uitgemoerde land werd weggespoeld.
De oudste schriftelijke vermelding van de naam Koewacht dateert van 1590. De baljuw van het Waasland, Servaes van Steenlandt, geeft dan aan de inwoners van Stekene de opdracht om het ‘fort van den Coewacht’ op te richten om een einde te maken aan de invallen in het Land van Waes door de Staatse troepen vanuit Axel. Blijkbaar is dit onvoldoende effectief, want toen in 1634 de polders rondom Koewacht opnieuw werden ingedijkt, werden in de dijken tussen Hulst en Sas van Gent twintig forten opgenomen, zodat een Spaanse Linie ontstond tegenover de Staatse Linie aan de zuid- en oostkant van het eiland van Axel. Zeven van deze forten bevinden zich op het voormalige grondgebied van de vroegere gemeente Koewacht en zijn vrijwel allemaal nog steeds goed zichtbaar in het landschap.
Aan het einde van de Tachtigjarige Oorlog werden de vestingen Sas van Gent en Hulst ingenomen door Frederik Hendrik en moesten de Spanjaarden de forten verlaten. Omdat bij de vrede van Munster (1648) werd afgesproken dat er geen veroverd gebied zou worden teruggegeven, kwam de grens tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en de Spaanse Nederlanden (het huidige België) in Koewacht te liggen langs de Zoute Vaart (Tragel) en het Perebooms Gat. Daarmee werd Koewacht in tweeën gedeeld. Na de afscheiding van België in 1839, werd teruggevallen op deze grens, zodat Koewacht nog steeds bestaat uit twee delen: een Nederlands en een Belgisch Koewacht.
In de tweede helft van de zeventiende en in de achttiende eeuw werden verschillende oorlogen met Frankrijk uitgevochten. Om de Franse troepen de doorgang naar het noordelijk deel van de Nederlanden te beletten, werden de polders ten zuiden van Axel en Hulst geïnundeerd. Ook in de omgeving van Koewacht werden de dijken doorgestoken. De kreken ‘t Arduinland, Groote Gat, Konijneputten en de kreek op Nieuwe Molen zijn de restanten van de stroomgeulen van deze inundaties.
Na de Tachtigjarige Oorlog mocht de rooms-katholieke godsdienst in de Republiek niet openlijk worden beleden. De katholieken moesten daarvoor naar de kapellen in het Spaans gebied (huidige België). Op (Belgisch) Koewacht is in 1687 ook een kapel opgericht op de plaats van het dan reeds geslechte ‘fort van den Coewacht’; later is de kapel vervangen door een kerk. Tot in de Eerste Wereldoorlog (1915) zijn de katholieken van Nederlands Koewacht naar de kerk op Belgisch Koewacht gegaan. Toen de Duitse bezetters de grens met prikkeldraad (onder stroom) afsloten (België was bezet en Nederland was neutraal en bleef buiten de oorlog), werd op Nederlands Koewacht een houten noodkerk gebouwd die in 1921/1922 is vervangen door de huidige kerk.
![]() | |
Lees meer over de kerk
Koewacht was oorspronkelijk hoofdzakelijk een agrarische gemeenschap. Naast de akkerbouw en veeteelt werd ook de vlasbewerking (repelen, braken, zwingelen) bedreven. Aanvankelijk gebeurde dat vooral als huisnijverheid; op veel erven stond een houten zwingelstal waarin deze activiteiten plaatsvonden. Toen aan het einde van de negentiende eeuw de vraag naar linnen steeds groter werd, ging de huisnijverheid relatief snel over in professionele vlasbewerkingsbedrijven en ontstonden in het begin van de twintigste eeuw ook vlasfabrieken waar gemechaniseerde bewerking plaatsvond. Vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog werden enkele van deze fabrieken uitgebreid met een warmwaterroterij. Aan de Tragel bevindt zich nog een van deze fabrieken/bedrijven, die weliswaar buiten bedrijf is, maar in een onaangetaste toestand verkeert. Koewacht beschikte ook over de grootste Coöperatieve vlasfabriek van Nederland. Halverwege de twintigste eeuw was ongeveer driekwart van de bevolking van Koewacht betrokken bij de vlasbewerking. Na de uitvinding van de kunstvezels en toen Rusland in de zestigerjaren van de vorige eeuw zijn vlas dumpte op de wereldmarkt, kwam er heel snel een einde aan de grootschalige vlasnijverheid in Koewacht. Koewacht kent nog steeds enkele vlasbewerkingsbedrijven en de enige leemplatenfabriek van Nederland (Linex). Ook het (particuliere) vlasmuseum houdt de herinnering aan de glorietijd van de vlasindustrie in Koewacht in stand. In het dorp komen veel vlasgerelateerde namen voor.
![]() |
Foto voormalige coöperatieve vlasfabriek
Meer info vlasbewerking website: vlasmuseum 't Vlasschuurken
Koewacht is een woonkern met ruim 2600 inwoners. Van oudsher is Koewacht rooms-katholiek; zowel het Belgische als het Nederlandse deel heeft een kerk. De kern heeft een oppervlakte van 2759 hectare. Koewacht heeft een gezellige dorpskern met een ambachtelijke middenstand.
Op de eerste zondag van mei is er sinds 1984 ieder jaar een internationale Meikermismarkt. Over een afstand van ca. 2 km staan op beide Koewachten ongeveer 300 kooplieden en kermisattracties.
Op de tweede zaterdag van september is er ieder jaar een internationale jaarmarkt met veekeuringen en demonstraties van oude ambachten. Sinds 2009 is aan de jaarmarkt weer een vlasdag verbonden.
In de week voor Kerstmis is er gedurende slechts één avond een intieme kerstmarkt.
terug naar hoofdmenu

